Bevoegdheden fiscale bemiddelingsdienst uitgebreid

Een belastingplichtige die niet akkoord gaat met een op zijn naam gevestigde aanslag, kan hiertegen beroep aantekenen bij de bevoegde directeur der belastingen. De administratie heeft dan zes maanden om een beslissing te nemen.

Wordt zijn verzoek afgewezen, of blijft het antwoord uit, dan kan de belastingplichtige zich tot de rechtbank wenden.

Zolang de administratie geen beslissing genomen heeft kan de belastingplichtige ook de fiscale bemiddelingsdienst inschakelen. Deze bemiddelingsprocedure heeft echter geen schorsende werking: de bezwaarprocedure loopt samen met de termijn van zes maanden gewoon verder, wat de deur opent voor vertragingsmanoeuvres of in tegendeel overdreven spoed bij een onwillige administratie. Om de bemiddelingsprocedure meer slaagkans te geven schorst dit wetsvoorstel de termijn voor behandeling door de gewestelijk directeur vanaf het moment waarop de aanvraag tot bemiddeling ontvankelijk is verklaard tot de eindbeslissing van de fiscale bemiddelingsdienst en dit gedurende een termijn van maximaal drie maanden.

 

Wet van 10 juli 2017 tot versterking van de rol van de fiscale bemiddelingsdienst, BS, 20 juli 2017 blz. 74.108.